Op een dag ontmoet ik twee medefietsers
Foto's volgen hopelijk later. Het internet wil niet echt meewerken...
2 maart
Rond een uur in de middag ben ik in de buurt van Quepos en slechts zo'n veertig kilometer van mijn einddoel van de dag, Dominical, verwijderd. Als ik de snelweg verlaat is het echter een en al stenen en droog zand wat tot de horizon strekt. Met vol goede moed begin ik stapvoets aan het hobbelen over de stenen en het glijden door het zand. Af en toe komt er een auto langs en door de droogte vliegt al het zand door de lucht, wat mij ernstig het zicht belet. En als er een vrachtauto langs komt zakt al mijn moed tot in mijn sandalen, voor minuten zie ik niets en meerdere malen moet ik stoppen tot de stofwolk optrekt.
Na een uur of twee ploeteren door het rondvliegende stof zie ik tot mijn grote verbazing een andere fietser aan komen hobbelen. Als jonge verliefden stoppen we om verhalen uit te wisselen. De man van een jaar of vijftig blijkt echter geen woord Spaans en ook geen Engels of Duits te spreken. Met moeite begrijp ik dat hij uit Oost-Europa komt en vanuit Panama onderweg is naar Mexico. Hij houdt een heel pleidooi waar ik echt niets van stap. Ik laat hem echter maar gaan en probeer af en toe vriendelijk te glimlachen. Ik neem aan dat het een eenzame tocht voor hem moet zijn omdat hij enkel zijn moedertaal spreekt. Aan een wegwerker die vermakelijk aan de zijkant van de weg toe staat te kijken vraagt de man een foto van ons samen te maken. En nadat de man mijn bidon volgeschonken heeft met volgens hem heerlijke limomade, nemen we afscheid. Twee eenzame fietsers, elk blijkbaar met een eigen doel.
Rond half zes bereik ik de camping in Dominical. Het eerste wat de eigenaar me meldt is dat er ook een andere fietser verblijft. Later op de avond, na een heerlijke duik oceaan, kom ik haar tegen. Een jonge vrouw uit Australie, die net als ik projecten bezoekt en die daar ook over probeert te publiceren. Eigenlijk ben ik heel moe en niet in een praatstemming, maar als ze me een biertje aanbiedt om er gezellig bij te kletsen neem ik er gretig gebruik van. Al snel komen we er achter dat we beide dezelfde fiets hebben. Een Surly Long Haul Trucker. Alle overeenkomsten zijn verbazingwekkend. Zodra we het over fietsen hebben blijkt dat wat ik op een dag afleg haar twee dagen kost. En als ik haar vertel dat ik de dag erna naar Longo Mai wil fietsen gelooft ze bijna niet dat dit mogelijk is. "Dit is me veel te hoog de bergen in en veel te ver". En als ik over mijn fietsavonturen op Isla de Ometepe en in Peninsula de Nicoya vertel, geeft ze gelijk toe dat ze ook aan deze tochten begonnen is, maar rechtsomkeert is gegaan omdat het te zwaar voor haar was. Ondanks dit voel ik me heel nietig in haar gezelschap, want ze heeft een sterke persoonlijkheid en een overtuigende manier van praten waar ik veel waardering voor heb.
Als ik de dag erna aan de tocht de bergen in begin voel ik me een praatjesmaker. De klim is inderdaad zwaar en om de paar minuten moet ik echt stoppen omdat mijn lichaamstemperatuur gevaarlijk hoog aanvoelt en mijn hartslag aan een marathon begonnen lijkt te zijn. Het is compleet van slag. Ondanks dit geef ik de moed niet op. Totaal bezweet en onregelmatig hijgend kruip ik naar boven en een vrouw die met haar dochter op de bus staat te wachten kijkt me aan alsof ik van mars kom.
Na een strijd van ruim vier uur bereik ik San Isidro el General, te moe om er trots op te zijn. Na een maaltijd in een soda (typische en goedkope gerechten uit Costa Rica) vraag ik aan een agent de route naar Longo Mai. Tot tweemaal toe vraag ik hem of ik geen hoge bergen meer tegenkom, want dan had ik me onder de maaltijd voorgenomen, blijf ik in San Isidro overnachten. Maar zodra hij me verzekert heeft dat dit niet het geval is, begin ik aan de laatste dertig kilometer van de tocht.
Rond half vier kom ik in Finca Sondador van Longo Mai aan. Al met al was het toch verder dan ik dacht, maar gelukkig ben ik er nu eindelijk. Voor de projecten van Longo Mai in Europa heb ik veel bewondering en put ik veel inspiratie. En ik ben benieuwd hoe het project hiet draait. Ooit opgezet voor de vluchtelingen van het schrikbewind van Somoza in Nicaragua, maar nu vooral bewoond door vluchtelingen (vanuit de jaren '80) uit El Salvador, landloze boeren uit Costa Rica en enkele Europeanen op zoek naar frisse lucht en zich afsluitend voor de consumptiemaatschappij. Wat dat aangaat zou het me niets verbazen als ook ik me hier thuis zal gaan voelen.