Panama, een wonderlijk land
Plaatje 1: kaart Panama
Plaatje 2: strand op Isla Colón
Plaatje 3: oliepijpleiding die van de caribische kust naar de grote oceaan loopt
Plaatje 4: gelukkig mag er niet geschoten worden in het beschermde gebied...
Plaatje 5: de bergen weer in...
21 maart
Panama is tot nu toe een land vol verrassingen voor mij. In tegenstelling tot de andere Midden-Amerikaanse landen heb ik er vrij weinig over gelezen en ken ik enkel het beroemde (en vooral beruchte) Panama kanaal en het door toerisme bedreigde autonome gebied van de Kuna Yala. Het laatste land voordat ik de grens met Zuid-Amerika oversteek heeft echter heel veel meer in petto.
Toen ik bij Sixaloa de grens overstak (een uiterst gammele brug over de rivier) was het me meteen duidelijk dat ik na het redelijk welvarende Costa Rica, weer in een uiterst arm land beland was: bedelende straatkinderen, straatverkopers in alle hoeken en gaten en geen verkeersborden in geen velden of wegen te bekennen. Gelukkig werd ik goed in de gaten gehouden en als ik verkeerd fietste werd ik direct aangesproken en de juiste kant op verwezen. Want iedereen was het duidelijk dat iedere buitenlander op weg is naar Bocas del Toro op het eiland Isla Colón. En inderdaad ook ik.
Na een flinke tocht van constant bergen beklimmen en afdalen kwam ik rond zes uur op het eiland aan. En ik realiseerde me van te voren dat aardig wat toeristen dit eiland weten te vinden. Maar wat ik aantrof ging mijn verstand te boven. Ondanks de economische malaise in Europa kwam ik ze bijna allemaal tegen: Hollanders, Belgen, Duitsers, Fransen, noem ze allemaal maar op. En na een dag rust en een dag het eiland rondgefietst te hebben, ging ik er snel weer vandoor. Was het niet vanwege de vele toeristen, dan wel om de belachelijk hoge prijzen. Ik was ontzettend blij toen ik weer eenmaal op vaste wal stond. Isla Colón is volgens mij het meest toeristische gebied was ik tot nu toe bezocht heb.
Het kostte me twee dagen om de andere kant van Panama (grote oceaan) te bereiken. De eerste nacht heb ik in Chiriqui grande doorgebracht. De meest troosteloze stad die ik ooit gezien heb. Een inwoner vertelde dat ze veel last hebben van drugssmokkel. Zelf had ik het idee dat vooral de consumptie van alcohol hun grootste probleem is. De hele avond en nacht was het een gebrul en geschreeuw. Mannen komen uit alle dorpjes om hun geld op te maken aan drank (en volgens mij ook prostitutie). De ruime meerderheid is indigina en ik ben geen glimlach op iemands gezicht tegengekomen. Behalve dan de dronkaards die dachten ineens een buitenlanders als vriend te hebben. Normaal gesproken reageren kinderen altijd vriendelijk en geïnteresseerd, maar hier liepen ze allemaal angstig en hard weg. In het hotel sprak ik maar niemand meer aan omdat ze me ook daar verschrikt en onsympathiek aankeken. 's Ochtends vroeg toen ik weer wilde gaan fietsen moest ik me eerst een baan door al het vuil vrijmaken om het stadje te verlaten.
De inheemse bevolking van Chiriqui is trots op hun hoge bergen, maar toen ik het gebied moest doorkruizen, was ik er niet blij mee. Na eindeloos zwoegen bereikte ik de bergtoppen, waar het koud was en keihard regende en waaide. En toen eindelijk de beloning zich aandiende en ik als een idioot naar beneden vloog, werd het na een uur zo heet dat ik het idee had dat iemand mijn keel dichtkneep. Rond half zes vond ik een goedkope plek om te slapen in een oud en aftands hotel. In het gezelschap van grote kakkerlakken viel ik rond tien uur in een diepe slaap.
Nog lang niet uitgerust moest ik de ochtend erop weer vroeg op pad. Ik had afgesproken om een project in Soloy te bezoeken. En na ongeveer drie uur op de Pan Americana gefietst te hebben, sloeg ik linksaf (na rondgevraagd te hebben, want ook hier zijn verkeersborden uiterst zeldzaam en schaars) de bergen weer in. De rest van de dag was het weer hobbelen en glijden over stenen en mul zand. Hele stukken heb ik moeten lopen omdat het te steil was (door de stenen glij ik steeds weg). En net toen ik de moed op wilde geven nog een teken van leven tegen te komen, zag ik in de verte wat rieten hutten. Na uren natuur, begaf ik me weer in de bewoonde wereld, maar dan van de Ngöbe-Buglé, die in de bergen van Chiriqui wonen. Verwonderd observeerde ik de vrouwen in hun prachtige traditionele kleding en de gespierde mannen, met hun ronde gezicht. Ik werd echter met nog veel meer verwondering aangekeken. Ben benieuwd wat er in hun hoofd omging toen ze die rare buitenlander, totaal bezweet en onregelmatig hijgend, voorbij zagen zwoegen. Maar ik was blij dat ik mijn bestemming bereikt had en al snel vond ik het huis (een paar planken, zonder voorzieningen als elektriciteit en water) van de coördinator van MEDO, waar ik uitgenodigd was om te komen logeren. En voor het eerst had ik het gevoel dat ik een afgezonderde 'stam' aan het bezoeken was. De mensen leven hier geïsoleerd en uiterst primitief. Ik blijf hier nog een paar dagen om meer over hun manier van leven en hun strijd voor de toekomst te weten te komen. Nooit had ik me van te voren in kunnen denken zo door Panama gefascineerd te raken.